zondag 29 mei 2011

Mijmeringen

Vorige week vrijdag was de laatste dag van mijn eerste jaar aan King's College Londen. Om twaalf uur legde ik mijn pen neer na een twee uur lang durend examen en liep de gigantische 'examination hall' uit, met gemengde gevoelens van voldoening en onverzadigdheid. Voldoening, want april had bestaan uit overnachten in de bibliotheek (die keer toen ik mijn eerste essay niet op tijd leek af te krijgen)en mezelf opsluiten in een internetloze kamer (die keer toen ik mijn tweede essay niet op tijd leek af te krijgen), gevolgd door een nachtelijke espresso en een coupe Haägen-Dazs (die keer toen ik de voltooiing van beide essays in kwestie bij een naburige Belg ging vieren) en verschillende blauwe plekken (die keer toen ik gefrustreerd tegen een muur schopte omdat ik na een slapeloze nacht besefte dat ik -ondanks het woord 'voltooiing'- mijn bibliografie nog niet had geschreven). Kortom: een maand vol werk, wat resulteerde in een goede veertien pagina's semi-intellectueel gebrabbel over Romeins theater en een becommentariëring van haar invloed op latere Romeinse poëzie en een reeds ontmoedigde ziel voor wat er nog te komen stond, de zwaar gevreesde examens.

Om eerlijk te zijn: ik kan niet klagen. Hoe verschrikkelijk uitputtend april was, des te rustiger mei leek. De dagen kabbelden rustig verder, met hier en daar een examen tussenin. Al vlug raakte ik in een routine om de dag van het examen mij rond negen uur naar Victoria te begeven en tot twee uur alle leerstof, handig vermengd met een scheut koffie, naar binnen te slurpen. De dagen ertussen noemde ik 'verdiende vakantie', alhoewel ik ook wel weet dat ik naast vier maanden zomervakantie geen enkele dag meer zou moeten eisen. Na examens liep ik graag rond Vincent Square, waar Westminster School for Boys lessen LO gaf. Melancholisch als ik ben, kon ik niet anders dan ontroerd worden door hun gespeel, in uniformpjes, lachend. Kind zijn is geweldig. Ook al ben ik dit jaar officieel volwassen, ik hoop dat ik het kind zijn nooit verleer. En indien dat niet lukt, eis ik dat ik het tenminste niet vergeet. De verwondering om alles wat nieuw of ongewoon is, het kijken naar een boom en onder de indruk zijn van haar grootte, de honger om nieuwe dingen te zien, de nieuwsgierigheid om te leren, mee te maken. Ik hoop dat ik mijn hele leven in de zomer verwonderd kan zijn om het nieuwe licht waarin de stad baadt, in de herfst een blad van de grond kan oppakken omdat ik de kleurschakering bewonder, in de winter de stad kan bewonderen in haar witte stilte en in de lente de nieuwe geuren kan ruiken. Ik hoop dat ik de dingen nooit zomaar zal aannemen voor wat ze zijn, zomaar in de stroom van het leven meegesleurd word en uiteindelijk meezwem, maar blijf stilstaan bij iedere schakering. Het grootste verlies dat een mens kan lijden is zijn verwondering over en bewondering voor het leven zelf kwijtraken.

Wat zijn we weer afgedwaald! Examens, mei en Britse jongetjes in schooluniformpjes. Na het einde van mijn examens vierden we natuurlijk uitgebreid, maar het einde voelt ook bitter. Dit jaar is verschrikkelijk snel voorbij gegaan en -naar mijn mening- zelfs iets té snel. Waarschijnlijk voel ik me zo omdat ik zo weinig geschreven heb dit jaar. Diegenen die mij goed kennen, weten dat ik normaal een goed dik schrift volschrijf per jaar . Dit jaar heb ik exact twintig pagina's volgeschreven(alhoewel ik hier enkel mijn "dagboek-achtig schrift" mee bedoel, toneelstukken en mijn half-afgewerkte roman tel ik niet mee), en het voelt alsof ik daardoor de helft van mijn impressies al weer kwijt ben. Een andere reden hiervoor is ook het ongelooflijke geluk dat ik heb met mijn vrienden in België. Ik prijs me enorm gelukkig dat ik altijd bij jullie terecht kan wanneer ik in het land ben, en geniet ook intens van de korte periodes waarin ik jullie kan spreken. Ik ben me echter ook gewaar van diegenen die ik dit jaar niet heb gezien, en God, wat mis ik jullie. Hopelijk kan ik dat goedmaken in augustus. Weet dat ik jullie allemaal waarlijk mis, en dankbaar ben. Ik ben dan misschien niet meer in België, maar mijn hart herinnert me toch vaak aan de avonden in het studentikoze Leuven, de gemeende knuffels bij het weerkeren en de krop in de keel bij het inbeelden van een alternatief scenario, waarin ik wel bij jullie-of toch meer in de buurt- zou zijn.

Tenslotte: zoals de meesten inmiddels wel weten, blijf ik nog twee jaartjes in Londen. Het is een beslissing die niet uit mijn brein ontsproten is, maar datzelfde brein kan hem wel begrijpen en accepteren. Waarschijnlijk ben ik over een paar jaar ook dankbaar dat ik nu gedwongen word om door te bijten, maar het voelt nog altijd als een actie tegen mijn natuur. Als ik echter één ding ontwikkeld heb dit jaar, is het wel een -eerder voor mij ongekend -grote portie positiviteit. Ik woon volgend jaar samen met vier goede vrienden (een meisje en drie jongens), exact de mensen die ik anders volgend jaar had gemist, heb nog twee jaar de mogelijkheid om aan theater en muziek te doen in een levendige en actieve omgeving én kan jullie nog twee jaar een vakantiehuisje aanbieden. Maak er dus maar gebruik van!

Ik kijk al uit naar de zomer, en naar een vervolg op ons Hongarije-avontuur van volgend jaar. Verder wens ik jullie allemaal gigantisch veel geluk met jullie examens, ook al maak ik mij niet al te veel zorgen. De jongste telg van team JEAN moedigt jullie vanuit de verte aan. Als je heel goed luistert, hoor je waarschijnlijk nog ergens een vage echo tijdens het studeren. Een klein gefluister dat zegt 'Je kan het wel, nog even doorzetten'.

Veel liefs en misschien niet tot snel, maar absoluut tot de volgende!

Jullie veel te melancholische Elise


(Ik excuseer bij voorbaat voor alle dt-fouten. Het is nu zeer nachtelijk en mijn bed roept.)